Spring naar inhoud

Vooral toen we nog geen woord Italiaans spraken hebben we grappige dingen met Italianen die (geen) Engels spreken meegemaakt: we kwamen bij de klantenservice van de Decathlon om onze fietsen af te rekenen, we zeiden ‘good morning’ en de man achter de balie greep met beide handen zijn hoofd vast en maakte een paar rondjes om zijn eigen as. Hij was ook wel een beetje een drama queen, maar gelukkig legde de man van de bewaking in goed Engels uit dat de man van de balie geen Engels sprak en of hij het even moest vertalen. Pheew, we waren gered.

Ook bij de mega-supermarkt kwamen we bij de klantenservice met onze broodbakmachine, omdat we er thuis achter waren gekomen dat de helft van de onderdelen ontbrak. We stelden onze vraag en werden gelukkig (weer een enorme pheew) in prima Engels te woord gestaan en we kregen alle onderdelen alsnog mee. Maar voordat we weggingen moest toch nog wel even gezegd worden: ‘You’re very lucky I speak English, because nobody else speaks English around here.’
Lees verder

Vanavond na de taalcursus gingen we onze fietsen pakken en we waren lekker in het Nederlands aan het roddelen over al onze medestudenten, omdat het kan en niemand het toch verstaat. Verderop stonden de mannen van de receptie van de universiteit een beetje te roken, (jaa, dat doen mensen hier nog!) want er was bijna niemand meer in het gebouw. Ze hebben zin om een praatje te maken, dus ze beginnen in het Italiaans tegen ons:

Receptie man 1: Zooo hé, jullie spreken goed Engels!

Christo in zijn beste Italiaans: We komen uit Nederland, we spreken Nederlands.

Receptie man 2: Ooo, maar alle Nederlanders spreken supergoed Engels.

Ik in mijn beste Italiaans: Een beetje maar.

Receptie man 2: Wat studeren jullie eigenlijk?

Christo: Ik studeer aan de universiteit voor biotechnologie.

Manja: Maar we zijn hier voor de Italiaans cursus.

Receptie man 1: O, dus eigenlijk moeten jullie geen Nederlands, maar Italiaans praten met elkaar om te oefenen!

Receptie man 2 tegen receptie man 1: Nou, ga jij eerst maar eens Nederlands leren, dan mag je daarna zeuren.

Iedereen moest lachen en we wensten elkaar een fijne avond. Wat was ik trots, ons eerste gesprek met Italianen in het Italiaans! Echt heel leuk. Maar kun je je voorstellen dat er hier dus mensen zijn die niet alleen geen Engels verstaan, maar ook niet het verschil kunnen horen of iemand Engels of een andere taal aan het spreken is? Volgens mij bestaat dat in Nederland bijna niet (meer).

Manja

Na de Italiaanse les zijn we nog een versgebakken pizza gaan eten bij de mensa van de universiteit. Je mag daar kiezen: pasta of pizza. Dan schrijf je op een briefje welke pizza je wil en ze bakken hem ter plekke voor je (inclusief uitzicht op de houtgestookte oven en Italiaanse pizzabakker met zo'n pizzaschep). Ze zijn vanaf 19:30 open voor het diner, dus gelukkig hadden we om 18:00 als echte Nederlanders al wat pasta gegeten 😉

“Die, die, die!!” roept Petra naar ons. Wil ze ons allemaal vermoorden? Denkt ze dat ze in een real-life Call of Duty terecht is gekomen? We werden al een beetje bang… maar ‘dai’ is Italiaans voor ‘kom op’, dus we moeten gewoon nog harder werkwoorden stampen.

We krijgen Italiaanse les van Petra en van Carmen, op dinsdag en donderdag, ongeveer 8 uur per week. We zijn pas een paar weken bezig, maar het is zo leuk om te merken dat je in het begin zo snel vooruit gaat! De docenten spreken veel Italiaans (gelukkig heel duidelijk en langzaam) en ik begin steeds meer te volgen van wat ze zeggen, ook als ze even terzijde snel een verhaaltje vertellen. Ik kan nu ook mensen in de bus een beetje afluisteren en soms begrijp ik opeens wat er op posters in de stad staat.
Lees verder

Voordat Manja en ik naar Verona vertrokken ben ik eerst nog met mijn opa naar Verona afgereisd om mijn contract bij de Universiteit te tekenen, een bankrekening te openen en de sleutels van ons appartamento in ontvangst te nemen. In de maanden januari en februari vliegen er helaas geen vliegtuigen op Verona dus zijn we naar Venetië gevlogen. Daar hadden we van te voren een auto gehuurd wat op zichzelf al een klein puzzeltje was. We wilden een goedkope auto huren, maar we moesten ook rekening houden met eventuele extra kosten gezien onze uiteenlopende leeftijden. Uiteindelijk hadden we een bedrijf gevonden waar je niet extra hoefde te betalen voor personen tussen de 25 en 99 jaar, dit was perfect aangezien ik de dag van aankomst in Venetië 25 jaar werd.

Daarna moesten we ‘natuurlijk’ de juiste auto uitzoeken. De auto mocht niet te klein zijn, want er moesten drie grote koffers inpassen. De Fiat 500, uiteraard werd het een Fiat want je bent in Italië, was helaas te klein. Een Fiat Panda mocht niet van opa in verband met de veiligheid, hoewel ik hem ervan verdenk dat het hem meer om de esthetiek ging. Ze hadden helaas niet de iets grotere Fiat Punto, een auto die je hier overal ziet rijden. Dus werd het een Fiat 500L. Deze lijkt op de foto’s op een Mini Cooper en hoeveel groter kan de grotere versie van de Fiat 500 zijn, toch? Bij aankomst bleek een Fiat 500L gewoon Amerikaans Large te zijn en ik denk dat hij niet onder deed voor een Renault Espace. Kort en goed, we hadden een mega grote auto en we gingen op weg naar Verona. Hier hadden we om 16:00 afgesproken met de huisbaas Luisa en haar dochter Giulia. We waren uiteindelijk alsnog een kwartier te laat, omdat onze vlucht anderhalf uur vertraging had door de ‘de-icing’.

Opa met de Fiat 500L

Christo

2

Wat moet je koken als je in Italië woont? Om daarachter te komen, wil je natuurlijk eerst even weten wat ze allemaal hebben in de supermarkt. Dus vol goede moed ga je op weg en daar sta je dan. Vergeet alle oude recepten die je altijd maakte, vergeet de Allerhande en vergeet je veganistische aspiraties: hier in de supermarkt verkopen ze voornamelijk pasta en vlees. (En nog heel veel andere handige dingen zoals staafmixers, dagcrème, tafellakens, speelgoed, boeken, stofzuigers en alles wat je in Nederland bij de Kruidvat of Blokker zou willen kopen.)

Dat pasta en vlees zo belangrijk zijn hier, blijkt ook wel uit de Italiaanse les die we gisteren kregen over eten kopen en bestellen. Het begon ermee dat we alle verschillende soorten pasta gingen noemen die iedereen kende: ravioli, spaghetti, tortellini, lasagne, penne, farfalle, pappardelle, orecchiette, tagliatelle enz. En voor iedereen die niet precies wist hoe tortellini gemaakt worden, heeft Carmen een vierkant papiertje zo om een pennendop als vulling gevouwen, dat iedereen het meteen begreep.

Daarna allerlei bereidingswijzen: alla carbonara, al pesto, burro e salvia, allo scoglio (met zeevruchten), aglio olio, gnocchi alla romana (plakjes gnocchi met Parmigiano uit de oven). Dat laatste is volgens Carmen ontzettend lekker en ook heel makkelijk te maken. Het was inmiddels 17:30 en wij begonnen al een beetje honger te krijgen.

Maar toen het volgende onderdeel: vlees en vis. Dit koop je als echte Italiaan natuurlijk niet bij een supermarkt, maar bij negozi (winkels, speciaalzaken). Voor vlees heb je er al 2 verschillende: de salumeria voor worst, ham en andere vleeswaren; de macelleria voor rundvlees, varkensvlees en paardenvlees dat je als diner kan serveren. En dan is er nog de pescheria voor vis. Vol enthousiasme en met behulp van de plaatjesafdeling van Google ging Carmen al haar lievelingssoorten vlees en vis intypen, aan ons laten zien en er reclame voor maken. Ik ben al niet zo’n fan, maar toen ze bij de plakken doorgezaagde zwaardvis aankwam kon ik niet meer verbergen dat ik het niks vond. “You don’t like it? It tastes really good!”, zei ze. Ik knikte en glimlachte maar een beetje mee, want ze was er zo enthousiast over 😛

Als ik dit zo schrijf, klinkt het een beetje alsof het godsonmogelijk is om hier een lekkere en gezonde vegetarische maaltijd op tafel te zetten. Maar eigenlijk valt dat best mee. Je moet alleen wel goed kijken wat ze wel en niet hebben. Het is zelfs 1x gelukt om veganistisch te koken met een van mijn favoriete recepten van de Groene Meisjes: polenta met balsamicotomaatjes. Dat recept is echt een aanrader, omdat het heel makkelijk te maken is en je hele huis heerlijk ruikt als je het hebt gemaakt. Polenta is in Italië overal te krijgen, maar in Nederland kocht ik het altijd bij de Turkse/Marokkaanse supermarkt of een speciaalzaak met Italiaanse producten. Misschien hebben ze het ook wel bij de AH, maar dat heb ik nooit gecheckt. Edelgistvlokken heb je echt niet nodig bij dit gerecht en ongezoete sojamelk kun je bij elke supermarkt kopen. Wat je overhoudt aan sojamelk kan in je thee/koffie in plaats van melk of je kunt er ontbijt met muesli mee maken. Of nog een keer polenta maken natuurlijk!

P.S. Weetje van de dag: waarom heet de bekendste Italiaanse koffie espresso? Espresso betekent letterlijk: op het moment zelf. Dus gemaakt op het moment dat je het bestelt en niet uit een pot geschonken die er al 3 uur staat. Wow!

(Bedankt voor de tip om over eten te bloggen, Susan!)

Manja

3

We kwamen in het donker aan op treinstation Porta Nuova in Verona. We waren die middag gevlogen op Venetië, omdat er in de winter geen rechtstreekse vluchten vanaf Schiphol naar Verona gaan. Vanaf het treinstation pakten we de bus naar onze wijk, Borgo Roma. Gelukkig was Christo met opa Joop al in het appartement geweest, dus hij wist waar we uit moesten stappen. We liepen 1 straat verder en daar was het huis. Ons huis. Waar we nu wonen. We ploften neer op de bank en probeerden dat tot ons door te laten dringen. Lukte niet.

Het is grappig om te merken hoe klein je wereld is als je op een nieuwe plek komt wonen en hoe die steeds wat groter wordt. Eerst alleen het appartement, dan wordt de weg naar de supermarkt vertrouwd, dan het winkelcentrum verderop. Toen hebben we fietsen gekocht en ging het sneller: de weg naar het centrum van Verona, naar de taalcursus en de universiteit. Ik ben deze week ook met mijn moeder en oma met de trein naar Padua geweest om de Scrovegni kapel te bekijken, dus dan worden de omgeving en de tussenliggende stadjes ook wat bekender.

Het wordt ons wel makkelijk gemaakt om ons hier thuis te voelen, want we hebben de afgelopen twee weken eigenlijk continu zonnig en warm weer gehad. Schrijf ik dit om jullie jaloers te maken? Ja, natuurlijk! Maar wees gerust, vandaag is het bewolkt en mistig. Maar normaalgesproken kun je vanuit ons raam de bergen zien met sneeuw op de toppen. Die zie je ook vaak als je ergens fietst spontaan opduiken. Dan ben ik nog wel zo’n toerist dat ik even stop om te kijken.

Ik vind het ook heel leuk dat we in het huis heel hartelijk zijn ontvangen door 2 van onze buurgezinnen. Op een avond om 18:00 (wij waren natuurlijk als echte Nederlanders al aan het koken) werd er aangebeld. Het waren de buren met hun kinderen om te vragen of we wat kwamen drinken. Ja, daar zeg je natuurlijk geen nee op. De kinderen fungeren als tolk, want zij hebben Engels op school en vinden het superleuk om te oefenen. We worden overladen met glaasjes prosecco en zelfgebakken hapjes en pizza en we mogen ook blijven eten: heerlijke pasta aglio olio (met knoflook en olijfolie). We praten over wat iedereen doet en welke hobby’s iedereen heeft. De twee kleinere meisjes (ik schat dat ze 12 zijn) zitten samen op acrogym en Martina, die 16 is, doet atletiek. Michele, de ene vader, is superfan van Hellas Verona, de lokale voetbalclub. Hij noemt zichzelf hooligan, maar hij is zo aardig dat we niet zeker weten wat hij daarmee bedoelt 😉 Lorenzo, de andere vader, heeft een aantal jaar in Frankrijk gewoond en daar is hij heel trots op. We praten een beetje Frans, maar Engels is toch makkelijker. Hij werkt bij de hotelschool en legt ons alles uit over de verschillende lokale Valpolicella wijnen. Gouden tip: als je een Valpolicella koopt of bestelt, neem dan een superiore. Het is niet veel duurder en wel veel lekkerder. Gaan we doen!

Ik vind het nog wel raar om te bedenken dat ‘thuis’ nu hier is en dat Leiden niet op fietsafstand hiervandaan is. Maar het appartement is inmiddels helemaal vertrouwd en we hebben het gewoon heel fijn hier tot nu toe. Het hielp ook mee natuurlijk dat oma en mama al meteen op bezoek waren, dan voelt het meteen veel meer thuis. Oe, de zon gaat schijnen, daag!!

Manja