Spring naar inhoud

The Real World: Verona

Wat een dag, afgelopen woensdag. Je denkt misschien dat het hier altijd musea, pizza eten en slenteren door het prachtige oude stadscentrum is (en meestal is dat ook zo :P), maar deze week werd ik even goed geconfronteerd met the real world.

Het begon ’s ochtends vroeg op weg naar het park. We zaten in de auto bij Sherwin, een jongen uit Sri Lanka en we reden rustig langs de Adige. Toen kwam er politie naast ons rijden en signaleerde dat we moesten stoppen. Sherwin stopt netjes en een norse politieman wilde al zijn papieren en zijn rijbewijs zien. De politie vraagt of Nicolò en ik ook identificatie bij ons hebben, maar dat hebben we niet. Gelukkig kan Nicolò in het Italiaans uitleggen dat we op weg zijn naar het park en dat we daar niks mee naartoe nemen. De uitleg wordt gelukkig geaccepteerd en we moeten wachten tot al Sherwins gegevens door het systeem zijn gehaald. Pff, alles in orde, we mogen gaan. Ik vraag aan Sherwin of hij dit wel vaker heeft meegemaakt en hij zegt dat het wel vaker gebeurt. Nicolò weet wel waarom: de politie heeft Sherwins donkere huid gezien en dat is de reden dat hij eruit wordt gepikt. Bij Nicolò gebeurde het vroeger ook wel eens, toen hij 18 was en lang haar had, maar nu eigenlijk nooit meer. En mij en Christo hebben ze ook nog nooit aangehouden. Later legde Aldo ook nog eens uit dat de politie bij controles vaak selecteert op een donkere huidskleur. Als ik zeg dat ik dat eigenlijk niet normaal vind, zegt hij: ‘Ja, maar hier in Italië is het wel normaal’. Wow.

Toen stond mij en Aldo nog een leuk klusje te wachten. In het park naast de kabelbaan leven dassen en er was er eentje overleden. Ik had verwacht dat het droge klimaat van deze zomer ongeveer hetzelfde met een dode das zou doen als met een mummie in het zand van Egypte. Maar helaas lag de das in een grasveld met een sprinkler, dus hij was al een week elke dag netjes vochtig gehouden samen met het groene gras waar hij in lag. Het resultaat was dat zijn vel meer een soort slijm was geworden waar de botjes los in lagen. En de geur die ervan af kwam deed me denken aan mijn dagen als bestuur/kotsopruimer bij Catena. Maar dan erger. We groeven dus half kokhalzend een kuiltje voor de das en veegden zijn slijmerige overschot er min of meer in. ‘Che putza! Wat een stank!’, riep Aldo. Mijn vegetarische maag was hier niet goed tegen bestand, maar gelukkig was het snel voorbij.

Onze volgende taak was de controleronde door het park. We reden een rondje in het vrachtwagentje, vervingen de vuilniszakken en gooiden alle vage troep weg die we vonden (brandblusser, fietswiel, 20 volle pakjes tomatensaus, elektrisch kacheltje, we hebben zelfs een keer een gestolen motorino gevonden in het hoge gras). We zagen iets zitten in een oud kijkgat van de muur. Toen we het eruit haalden bleek dat een dakloze zijn hele hebben en houwen daar droog en veilig in had gestopt: een plastic bekertje, bordje en bestek, een semi-schoon T-shirt, een deken, 4 sinaasappels en een tas. Ik dacht, moeten we echt al iemands bezittingen die hij met moeite bij elkaar heeft gespaard zomaar in een vuilniszak gaan stoppen? Ik stelde me voor dat diegene terug zou komen om zijn spullen te pakken en zou zien dat het allemaal weg was, hoe vreselijk moet dat zijn. Maar er was geen genade, afval is afval en we hebben het weggedaan. Ik begrijp ook echt wel dat het onze taak is om alles netjes te houden en dat je dan niet zomaar allerlei troep kan laten liggen. Maar ik vond het wel confronterend dat iemand zo weinig heeft en dat wij het als oud vuil in de kliko dumpen. The real world.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *