Spring naar inhoud

De vier grote kerken van Verona: San Zeno

De San Zeno is het eerste stukje Verona dat ik zag. En dat terwijl deze kerk ver buiten het centrum van de stad ligt. Toch wordt de San Zeno (samen met de Romeinse Arena) beschouwd als de belangrijkste bezienswaardigheid van Verona, omdat het een van de mooiste voorbeelden is van romaanse architectuur. In dit stukje zal ik vertellen wat ik bijzonder vind aan de San Zeno en waarom het de moeite is om voor deze kerk een uitstapje buiten het stadscentrum van Verona te maken.

Piazza San Zeno op een mooie dinsdagmiddag in november. Lekker rustig he? Ik heb in totaal 6 mensen in de kerk gezien. Beter!

Ik ben van plan om de komende drie zondagen als een soort adventskalender ook aan de andere drie grote kerken van Verona een blogje te wijden. Met de Duomo (kathedraal), Sant' Anastasia en San Fermo ben je dan helemaal op de hoogte voor als je Verona een keer komt bezoeken. Je kunt dan zelfs voor het lage bedrag van 6 euro een kaartje kopen waarmee je alle vier de kerken kunt bezoeken. Helemaal goed, toch?

Toen ik 17 was, ben ik met m’n ouders een dagje in Verona geweest. Ik had toen eigenlijk nog nooit van de stad gehoord, maar toen ik een plaatje van de Romeinse Arena zag, was ik meteen verkocht. Dit ging leuk worden! Mijn moeder had de San Zeno als eerste bestemming gekozen, op basis van de twee volle bladzijden die er in de Capitool-reisgids van Italië aan besteed worden. Twee bladzijden! Dat wil wat zeggen als je in één boek heel Italië moet bespreken.

Aangekomen op het Piazza San Zeno was ik nog niet zo onder de indruk. Ja, het is een grote kerk, maar de façade lijkt van een afstandje nogal nietszeggend. Ik was misschien een beetje verwend doordat we vorige vakantie naar Parijs waren geweest en tsja, de Notre-Dame is met al z’n gotische bogen en glas-in-lood wel heel wat anders. Nu begon de bouw van de San Zeno ook wel al in 967, zo’n 200 jaar eerder dan die van de Notre-Dame.

De façade van de San Zeno

De gotische bouwstijl bestond toen nog niet en vandaar dat de façade van San Zeno in de eerdere romaanse stijl gebouwd is. Dat betekent: ronde bogen (geen puntige) en dikke muren. Ook heel anders dan ik gewend was: de kerk heeft geen imposante torenspits met kerkklokken, maar de klokkentoren (campanile) staat apart naast de kerk. Eigenlijk is dit in Italië heel gebruikelijk, denk maar aan de toren van Pisa of de klokkentoren van Giotto in Florence. Maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet!

Als je dichterbij komt, kun je toch wel wat leuke dingen ontdekken aan de façade. Een deel is bijvoorbeeld gemaakt van het typisch Veronese tufsteen met de roze kleur die je ook bij de Arena ziet. Verder is de façade versierd met allerlei beeldhouwwerkjes en reliëfs. Als je goed kijkt zie je ook dat het ronde roosvenster in het midden tegelijkertijd dienst doet als rad van fortuin. Bovenaan zit iemand op een troon, maar via de rechterkant van de cirkel valt hij naar beneden en onderaan zit hij diep in de put. Gelukkig komt hij via de linkerkant er weer bovenop, zodat hij z’n plek op de troon weer kan innemen. Een mooi symbool voor hoe het leven altijd met ups en downs gaat en dat je niet moet vergeten dankbaar te zijn als het allemaal lekker gaat, want het kan zo weer allemaal anders zijn.

Rozenvenster van San Zeno met het rad van fortuin eromheen © matematicaincitta.it

Als je de San Zeno binnenkomt, valt het je misschien op dat het gebouw in drie delen is verdeeld: de gewone kerk, de crypte met het lichaam van San Zeno onderin en om bij het altaar te komen moet je een trapje naar boven nemen. Maar daarover later meer, want er is nog iets anders dat je zeker niet mag missen: de bronzen voordeuren van de kerk. Je kunt ze helaas niet van buitenaf bekijken en daardoor zitten ze een beetje verstopt in een donker hoekje, maar dit maakt wel dat ze goed beschermd zijn tegen weer en wind (ja, dat heb je soms ook in Verona).

De voordeuren van de San Zeno zijn van top tot teen versierd met 48 vierkante reliëfs die scènes uit het Oude of Nieuwe testament uitbeelden en soms een gebeurtenis uit het leven van San Zeno, een 4e-eeuws bisschop en de patroonheilige van Verona. De deuren doen me denken aan de versierde bronzen deuren van het baptisterium in Florence, alleen dan veel… tsja, hoe zal ik het zeggen… schattiger.

Nou zijn die deuren in Florence ook pas in de 15e eeuw gemaakt, terwijl de Veronese deuren al uit de 11e eeuw stammen. Vandaar dat de mannetjes er soms wat knullig uitzien, Jezus lijkt bijvoorbeeld net zo’n kleipoppetje uit Pingu. Maar als je de Ark van Noach afbeeldt alsof het een grote zeehond is waar Noach in vaart, dan heb je wat mij betreft een streepje voor. Zo schattig!

De Zeehond-Ark van Noach

Als je je ogen uitgekeken hebt naar alle afbeeldingen op de bronzen deuren, is het tijd om de crypte te bekijken. Niet bang zijn, het lichaam van San Zeno ligt er weliswaar opgebaard, maar hij draagt een zilveren masker voor z’n gezicht. Dus ook al ziet dat er ook lichtelijk creepy uit, het is niet echt eng. Het mooiste aan de crypte vind ik dat het net een oerwoud aan zuilen is waar je doorheen loopt. Het zijn er echt heel veel. En ook nog allemaal met hun eigen versiering, dus maak een rondje en kijk wat je allemaal kunt ontdekken. Ook mooi in de crypte is een modern graffiti-achtig kunstwerk van de kruisiging van Jezus, waarin allemaal echte spijkers verwerkt zijn. Ik had nog nooit zoiets gezien in een kerk, dus dat maakte heel veel indruk. Ik ga er ook geen plaatje van laten zien, anders heeft het niet meer hetzelfde effect als je het hier al gezien hebt. Je moet gewoon zelf maar een keer gaan kijken.

De crypte

Dan als laatste hebben we nog de bovenkerk met het altaar om te bekijken. Je ziet dat het gedeelte rondom het altaar later herbouwd is, doordat hier wel de puntige bogen van de gotische architectuur gebruikt zijn. Niet te missen is ook het triptiek met Maria, Jezus en acht heiligen van de beroemde 15e eeuwse schilder Andrea Mantegna. De drie onderste kleine paneeltjes zijn gestolen door Napoleon en nooit meer teruggekomen, dus daar zie je hier kopieën van. Voor de originelen moet je naar het Louvre en het Musée des Beaux-Arts in Tours.

Het triptiek van Mantegna

Vergeet als laatste ook niet in de bovenkerk langs het beeld van San Zeno zelf te lopen. Hij is denk ik wel de aardigste bisschop die ik ooit heb gezien. Hij lacht zo vriendelijk, een soort Sinterklaas zonder baard. En nu we het toch over Sinterklaas hebben, San Zeno kwam waarschijnlijk uit Mauretanië en staat ook wel bekend als ‘vescovo moro’, de zwarte bisschop. Hopelijk vat hij dat niet beledigend op!

San Zeno, il vescovo moro

Lees meer over de andere grote kerken van Verona: San Fermo en Santa Anastasia.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *