Spring naar inhoud

1

De stadsmuren van Verona zijn eeuwenoud. Het oudste stukje stadsmuur dat nog overeind staat, vind je naast de Arena op het Piazzetta Mura Gallieno. Daar kun je nog zien hoe de Romeinse keizer Gallienus de stadsmuur in de 3e eeuw heeft uitgebreid om ook de Arena te omvatten.

De muur van Gallienus (c) Wikimedia Commons, Lo Scaligero

In de daaropvolgende eeuwen zijn de stadsmuren steeds verder uitgebreid en versterkt. Om te beginnen in de middeleeuwen door de in Verona heersende familie Della Scala. Deze muren kun je herkennen aan de kantelen in de vorm van een zwaluwstaart. Hiermee maakte de familie duidelijk dat ze aan de Ghibellijnse kant stonden in het conflict tussen de Ghibellijnen en de Welfen. De Ghibellijnen verzetten zich tegen de wereldlijke macht van de Paus en steunden de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Andere Ghibellijnse steden zijn Mantua en Pisa, terwijl onder andere Florence en Bologna voor de kant van de Welfen kozen. In die laatste twee steden zul je de zwaluwstaarten dan ook niet zien en zijn de kapitelen rechthoekig.

Ghibellijnse kapitelen op de Ponte Scaligero

...lees verder "Wandelen door het Parco delle Mura in Verona"

8

Af en toe komt ineens de gedachte bij me op dat we binnen een paar maanden alweer gaan remigreren. En regelmatig volgt er dan een lichte paniekaanval, alsof een onzichtbare hand van onderaf mijn hart vastgrijpt en daarna nog even doorgaat naar mijn keel. Ik kende het gevoel al, want in de tijd dat we bezig waren om naar Italië te verhuizen kwam het ook af en toe bij me op. Maar waarom is het er nu weer?

Ik kan zoveel redenen bedenken waarom het er niet zou moeten zijn. Deze keer maken we geen sprong in het onbekende zoals vorige keer, maar gaan we terug naar ons vertrouwde Nederland. We hebben alles onder controle, we weten precies wat we moeten doen voor wanneer en hoe we het gaan aanpakken. Als we iets niet weten, is het ook veel makkelijker uit te zoeken omdat alle informatie in het Nederlands is. En we kunnen inmiddels zo goed Italiaans dat ook de zaken in Italië makkelijk te organiseren zijn.

...lees verder "Remigreren: terug naar The Shire"

Voor Dit Is Italië mocht ik een reistip geven voor 2020 en dat werd zonder twijfel het schitterende groene Gargano in Zuid-Italië.

Ik zou aan iedereen het schitterende nationale park Gargano in de Zuid-Italiaanse regio Apulië als vakantiebestemming willen aanraden. Dit gebied heeft de perfecte combinatie van natuur, zee, strand en mooie stadjes.

Gargano was ooit een eiland dat in de loop der tijd aan het Italiaanse vasteland is vastgegroeid. Hierdoor is de kust van dit gebied veel ruiger dan in de rest van Italië, met indrukwekkende steile rotswanden.

In het binnenland vind je prachtige ongerepte natuur, met als hoogtepunt het bergachtige en dichtbeboste Foresta Umbra. Een wandeling door de koele bossen is een welkome afwisseling van de hitte op het strand en in de stad.

Maar voor de liefhebbers van een echte strandvakantie is Gargano ook een topbestemming. Veel campings en hotels liggen direct aan het strand, waardoor je zo vanuit je bed de zee in kunt lopen. Wat wil je nog meer?

Na een paar uurtjes zwemmen en zonnebaden wordt het natuurlijk tijd voor een uitgebreide Italiaanse lunch in het dichtstbijzijnde stadje: Peschici, Vieste en Rodi Garganico zijn aanraders.

Probeer daar eens de pasta allo scoglio (van de rotsen), die wordt gemaakt met vers gevangen vis en zeevruchten: mosselen, garnalen, langoustine, inktvis en allerlei soorten schelpjes. Of probeer eens de lokale specialiteit orecchiette alle cime di rapa, oortjespasta met pittige raapstelen. Heerlijk!

Meer reistips voor 2020, waaronder Fiesole (het mooie dorpje op de heuvel bij Florence) de stad Arezzo in Toscane en Taormina op Sicilië vind je op Dit Is Italië.

 

2

Het allermooiste aan de Italiaanse taal vind ik dat deze zo flexibel is. Je kunt aan woorden van alles vastplakken en dan krijgen ze opeens een hele andere betekenis. Het Italiaans heeft bijvoorbeeld naast verkleinwoorden (fiets - fietsje), ook vergrootwoorden. Om een woord te vergroten moet je er -one achter plakken. Soms maakt dit de betekenis van het woord letterlijk groter, maar soms gaat het ook een hele andere kant op. Kijk maar:

Bacio = zoen               bacione = dikke zoen
Barba = baard            barbone = zwerver
Strega = heks             stregone = tovenaar

De Italiaanse verkleinwoorden (die kunnen eindigen op -ino/a, -etto/a, ello/a en nog een aantal andere varianten) klinken precies zoals wat ze betekenen, iets kleins en schattigs:

Cucchiaio = lepel                       cucchiaino = theelepel
Cappuccio = kap/capuchon     cappuccino = kapje / cappuccino
Telefono = telefoon                  telefonino = mobiele telefoon (ook wel cellulare)
Casa = huis                                 casetta = (vakantie)huisje

Cappuccino betekent dus letterlijk 'kapje'. (c) Wikimedia, J. McIntosh

...lees verder "Mijn favoriete Italiaanse verklein- en vergrootwoorden"

2

Italië is nog niet zo lang één land en dat merk je. Naast de al behoorlijk grote regionale verschillen is er een andere, nog sterkere scheidslijn te vinden in het land: die tussen Noord- en Zuid-Italië. Het weer, de mensen, de gewoontes: ze zijn zo verschillend dat het soms niet voor te stellen is dat het Noorden en het Zuiden allebei onderdeel zijn van hetzelfde land. Over het algemeen is er vanuit het Noorden weinig liefde voor het Zuiden en andersom ook niet. Er bestaan van beide kanten dan ook behoorlijk wat vooroordelen en stereotyperingen en die kunnen naast beledigend ook ongelofelijk grappig zijn. Een goed voorbeeld daarvan is de geweldige film Benvenuti al Sud (2010) (Welkom in het Zuiden).

De film opent in het Noorden op het mooie domplein van Milaan. Postmedewerker Alberto, zijn vrouw Silvia en hun zoontje brengen een bezoekje aan de stad en meteen komt het eerste vooroordeel. Wanneer Alberto een ballon voor zijn zoontje wil kopen, weigert zijn vrouw dat, omdat de straatverkoper geen bonnetje geeft. Zonder bonnetje geen ballon, alles moet wel volgens het boekje in het Noorden. De toon is mooi gezet.

...lees verder "Filmtip: Benvenuti al Sud"

Het was een koude, maar zonnige dag in Verona, dus perfect weer om een lekker stuk te gaan fietsen op de tandem. We besloten om richting het Gardameer te gaan en maakten onderweg onze favoriete stop bij de pasticceria in Bussolengo, waar we al jaren elke keer een Fanta, een cappuccino en twee pasticcini bestellen (of vier, als we het echt verdiend hebben). Alleen deze keer gebeurde er iets bijzonders: de eigenaresse herkende ons! Ze vroeg of we hier op vakantie waren, omdat ze ons al vaker had gezien. Dat dat na bijna drie jaar nog zou gebeuren, dat had ik niet verwacht. Ze gaf ons allerlei tips over leuke kerstactiviteiten in de buurt en we konden vol goede moed en pasticcini onze tocht voortzetten naar het Gardameer.

Op weg naar buiten zag ik een briefje op de deur hangen: vanmiddag vanaf vier uur hebben we zaletti. Wij hoopten rond vier uur alweer lekker warm thuis te zitten, dus we konden de zaletti niet komen uitproberen. Maar ik was wel nieuwsgierig wat er zo lekker of bijzonder aan was dat het speciaal op de deur aangeplakt werd.

Even googlen leerde me dat zaletti typisch zijn voor de regio Veneto: zachte koekjes met rozijnen en pijnboompitten en een bijzonder ingrediënt dat typisch is voor het Noorden: polenta. De naam zaletti is Veneto-dialect voor ‘gialetti’ oftewel ‘geeltjes’, vanwege de gele kleur die ze krijgen van de polenta. Het bleek helemaal niet moeilijk te zijn om zelf zaletti te bakken, dus de volgende dag ging ik aan de slag. Eerst twijfelde ik een beetje of koekjes met polenta wel een goed plan waren, want ik associeer polenta toch meer met avondeten en ezelragout of pearà. Maar toen we de zaletti gingen proeven, was iedereen het erover eens: juist de polenta maakt deze zachte koekjes zo bijzonder en lekker. Een goed Italiaans alternatief voor ons gebrek aan oliebollen met oud & nieuw. Hier komt dus het recept voor iedereen die zin heeft om lekker te bakken deze kerstvakantie.

...lees verder "Zaletti: zachte polenta-koekjes uit Verona (+ recept)"

Sinterklaas had een mooi cadeau voor me meegebracht: een fles Brunello di Montalcino. Samen met de Barolo en Barbaresco vormt deze wijn de absolute top van de Italiaanse rode wijnen. Wij als trotse Veneto-inwoners zouden daar natuurlijk ook de heerlijke Amarone della Valpolicella aan toevoegen. De Amarone heb ik hier gelukkig al vaker mogen proeven en de Barolo, die de koning van de Italiaanse wijnen wordt genoemd, had ik laatst ook al uitgetest. Nu is het dus de beurt aan de Brunello uit het Toscaanse Montalcino, ten zuiden van Siena.

Het Toscaanse dorp Montalcino. (c) Wikimedia, O.S.

...lees verder "Italiaanse topwijn voor bij het kerstdiner: Brunello di Montalcino"

Nu we het dialect, het eten en drinken en het populairste kaartspel van de regio Veneto gezien hebben, kunnen we misschien gaan begrijpen waarom de slogan Veneto libero (een vrij Veneto) zo belangrijk is. Waarom die drang naar onafhankelijkheid? Ten eerste heeft dat te maken met de regionale identiteit. Een eigen dialect, een regionale keuken die compleet verschillend is van die van de buurregio’s en een eigen kaartspel alleen voor de regio Veneto: net als de meeste Italiaanse regio heeft Veneto een heel eigen karakter. Veel inwoners voelen zich hierdoor qua culturele identiteit meer verbonden met hun regio dan met de rest van Italië.

Autonomia subito! Autonomie, nu! (c) ladige.it

In die zin zou je kunnen denken dat elke Italiaanse regio wel onafhankelijk zou willen zijn en ergens is dat misschien ook wel zo. Maar bij Veneto speelt er nog iets anders. Onze regio bevindt zich namelijk tussen twee van de vijf Italiaanse regio’s die meer autonomie hebben: Trentino-Alto Adige en Friuli-Venezia Giulia. Deze regio’s hebben meer vrijheid op het gebied van wetgeving, administratie en financiën. Dit betekent onder andere dat Friuli 60% en Trentino zelfs 90% van de belastingen die geheven worden voor zichzelf mag houden en naar eigen inzicht binnen de regio mag besteden. Dat terwijl Veneto net als de andere niet-autonome regio’s, maar 20% van de belastingen niet af hoeft te staan aan Rome. En die 20% is ook zo weer op, omdat het voornamelijk besteed moet worden aan het systeem van gezondheidszorg dat lokaal georganiseerd en gefinancierd moet worden.

...lees verder "Waarom Veneto libero?"

2

Het dialect, eten en drinken: we hebben nu drie van de vier onderdelen van het Veneto starter pack gezien. Als laatste rest ons nog het kaartspel genaamd Briscola. Of Briscola echt het populairste kaartspel in Veneto is, dat weet ik natuurlijk niet. Maar als we hier in Verona zitten te kaarten (giocare a carte), dan is het altijd Briscola. En we zijn fanatiek! Briscola is een perfect spel voor een gezellige avond met familie of vrienden, zelfs nog leuker dan pesten of ezelen.

Hoe werkt het dan, dat Briscola? Als eerste moet je aan een Italiaans kaartspel zien te komen. Italië zou Italië natuurlijk niet zijn als ze gewoon hetzelfde kaartspel zou gebruiken dat in de rest van Europa (behalve Spanje) en in Amerika gebruikt wordt. En Italië zou ook Italië niet zijn als iedere regio het niet net even anders zou doen. In principe bestaat het Italiaanse kaartspel uit vier ‘kleuren’: munten (denari) , bekers (coppe), zwaarden (spade) en stokken (bastoni). Maar in elke regio worden ze anders uitgebeeld. Wij hebben natuurlijk het enige echte Veneto-kaartspel, de carte trevisane, uit Treviso in de buurt van Venetië.

Elke regio heeft zijn eigen manier om de verschillende 'kleuren' uit te beelden. (c) Wikipedia

...lees verder "Briscola: het populairste kaartspel in Veneto"

‘Magna e tasi’, eet en houd je mond! Nu we wat meer weten over het Veneto-dialect, wordt het tijd om ons te verdiepen in de typische regionale keuken. Het Veneto starter pack bestaat immers niet voor niets voor de helft uit eten en drinken.

Eerst maar eens wat we op het plaatje linksboven zien: polenta en sopressa. Van origine is polenta een typisch Noord-Italiaans gerecht gemaakt van gekookte granen, dat vooral door arme mensen gegeten werd. Het was zo kenmerkend voor het noorden van Italië, dat Noord-Italianen nog steeds (quasi-)grappend polentoni worden genoemd, grote polenta’s of polentavreters. In Nederland eten we eigenlijk nooit polenta, wat jammer is, want deze goudgele korreltjes kun je gewoon krijgen in de grotere supermarkten en op allerlei manieren lekker bereiden.

...lees verder "Magna e tasi! Veneto voedsel van polenta tot pearà"